Logo

Sint-Lodewijkscollege

Traditie & toekomst

Studieaanbod Tweede graad...

Via de tabel hieronder vind je het studieaanbod van het Sint-Lodewijkscollege. Je leest er welke vakken in elke studierichting aan bod komen. Je stelt er vast dat het Sint-Lodewijkscollege een doorstromingsschool is: wij bereiden je voor op de meest veeleisende hogere studies. We zijn trouw aan onze traditie, maar blijven zoeken naar pedagogische en didactische vernieuwing.

 In de tweede graad kunnen leerlingen kiezen tussen Grieks-Latijn, Latijn, Economie, Wetenschappen en Humane. De richtingen Latijn wiskunde 5 u., Economie en Wetenschappen worden ook in CLIL aangeboden. De CLIL-vakken hangen af van de richting.

Moderne humaniora

Kies een studierichting om de uitleg te zien.

Klik op het tabblad "lessentabel" om het aantal uur per vak te zien.

Moderne humaniora - 3e (CLIL-) Wetenschappen-Wiskunde 5

In de eerste graad krijgen alle leerlingen het vak natuurwetenschappen en aardrijkskunde.  Binnen het vak natuurwetenschappen maken ze kennis met aspecten uit de biologie, fysica en chemie.  In de tweede graad worden deze leerinhouden verder uitgewerkt in afzonderlijke natuurwetenschappelijke vakken. Alle leerlingen krijgen aardrijkskunde, biologie, fysica en chemie.  In sommige richtingen is de aandacht voor die wetenschappen beperkt tot vier uren in de week, in de meest wetenschappelijk georiënteerde richtingen kan dit uitgebreid worden tot zeven uren.

 

Vakinhoud

Biologie

Leerlingen uit de wetenschappelijke richtingen krijgen wekelijks twee uren biologie, terwijl dit voor niet-wetenschappelijke richtingen één uur is.  Tijdens de lessen biologie maken leerlingen in het derde jaar kennis met de zintuigen, de spieren en klieren, het zenuwstelsel en hormoonstelsel.  In het vierde jaar worden organismen geclassificeerd en samenlevingsvormen van dichterbij bekeken…

 

Chemie

De structuur en de eigenschappen van de stoffen, alsook de veranderingen die stoffen kunnen ondergaan, worden bestudeerd in de lessen chemie. Niet-wetenschappelijke richtingen hebben één uur per week, wetenschappelijke richtingen twee uren per week.

 

Fysica

Optica, het deeltjesmodel, krachten, arbeid, druk,warmteleer… zijn enkele thema’s die tijdens de lessen fysica behandeld worden in de tweede graad. Het aantal lesuren is afhankelijk van het aantal uren wiskunde. Richtingen met wekelijks vijf uren wiskunde krijgen twee lesuren fysica.  Richtingen met vier uren wiskunde krijgen wekelijks één uur fysica.

 

Aardrijkskunde

Elke richting krijgt wekelijks één lesuur aardrijkskunde. Gedurende twee jaar bestuderen de leerlingen de andere werelddelen. Elk continent wordt benaderd vanuit een bepaald gezichtsveld (landbouw, industrie, klimaat…). Hedendaagse maatschappelijke problemen worden geïntegreerd zoals demografische problematiek, waterschaarste, ontbossing… Een belangrijk accent zijn de vele opdrachten die grotendeels tijdens de lessen opgestart en geoptimaliseerd worden.

 

Waarop is je keuze gebaseerd?

De theoretische inhoud is heel gelijklopend tussen de wetenschappelijke en niet-wetenschappelijke richtingen.  De basisleerstof is dus gelijk. Het extra lesuur kan worden ingevuld met uitbreidingsleerstof, leerlingenpractica, ICT-opdrachten, demonstratieproeven, onderzoeksvaardigheden…

Moderne humaniora - 3e Humane wetenschappen-Wiskunde 4

In humane wetenschappen staat de studie van mens en maatschappij centraal. Leerlingen leren op een systematische manier, over de vier jaren heen, hoe een mens in elkaar zit, welke mogelijkheden hij heeft om te groeien en hoe hij met anderen kan samenleven. Leerlingen krijgen aandacht voor de gevarieerde wijze waarop de mens de werkelijkheid ervaart en de samenleving ordent.

Daarbij leren leerlingen hun eigen standpunt vormen rond 3 vragen. Hoe worden jonge mensen zichzelf? Hoe ontstaan relaties tussen mensen? En hoe functioneert een samenleving?

De richting humane wetenschappen is een theoretische opleiding die focust op de sociale wetenschappen. We vertrekken vanuit de theoretische achtergrond van gevoerde onderzoeken en theorieën van bekende sociale wetenschappers. Deze theorie wordt daarnaast voortdurend geconfronteerd en aangevuld met de actualiteit, filmeducatie, gastsprekers, eigen onderzoek en excursies. Elk jaar voeren de leerlingen binnen de stamvakken van de humane wetenschappen zelfstandig onderzoek waarbij zij zich stelselmatig onderzoeksvaardigheden eigen maken.

Vakinhoud

Cultuurwetenschappen

In cultuurwetenschappen maak je kennis met cultuurgerichte wetenschappen zoals sociologie, media, kunst, filosofie, solidariteit, milieu, politiek, recht… Concrete lesonderwerpen daarbij zijn o.a. jongerenculturen, functies van de massamedia, armoede in de samenleving, de ecologische gevolgen van de economische groei…

Gedragswetenschappen

In gedragswetenschappen komen de meer mensgerichte wetenschappen aan bod zoals psychologie, pedagogie, sociologie en antropologie. Hierbij wordt gefocust op thema’s zoals ontwikkeling van de mens (van baby tot ouderdom), kinderrechten, ontwikkelingsproblemen bij de mens, verklaring van gedrag, hulpverlening, ontwikkeling van en belang van relaties…

 

Onderzoeksprojecten

Per jaar worden een aantal vakoverschrijdende onderzoeksprojecten georganiseerd. Daarbij staat telkens een nieuw thema in de kijker, met als voorbeelden voor de tweede graad jongerenculturen en socio-culturele Brugse organisaties.

Om de twee jaar wordt een graadexcursie georganiseerd voor de tweede graad. Hierbij wordt een bezoek gebracht aan de stad Luik gedurende drie dagen om de theorieën gezien in gedrags- en cultuurwetenschappen toegepast te zien in de dagdagelijkse maatschappij.  In het derde jaar wordt de ontwikkeling van de mens concreet gemaakt door een observatie in een Brugse kleuterklas en in het vierde jaar wordt een bezoek gebracht aan  een dienstverleningscentrum voor mensen met een verstandelijke beperking, aan de crisisopvang ’t Sas en de sociale kruidenier KABA. 

Bovendien komen regelmatig mensen uit het werkveld de leerlingen een inkijk geven in de praktijk van de sociale wetenschappen.

Humane wetenschappen kan gecombineerd worden met 4 of 5 uur wiskunde.

Leerlingen die meer info willen, kunnen een uitgebreide brochure over humane wetenschappen krijgen bij de leerlingenbegeleiding (KLb-lokaal: B310).

 

Waarop is je keuze gebaseerd?

De richting humane wetenschappen richt zich op leerlingen die een ruime interesse hebben voor cultuur, de mens en de samenleving. Belangrijk is dat je open, nieuwsgierig en kritisch ingesteld bent en dat je een eigen standpunt weet in te nemen. Wie kiest voor humane wetenschappen, kiest ook voor actieve werkvormen. Je bent bijgevolg sociaalvaardig en werkt graag in groep. Tenslotte ben je bereid om een grote pak theorie te verwerken en leer je om zelf een onderzoek te voeren.

Moderne humaniora - 3e Humane wetenschappen-Wiskunde 5

In humane wetenschappen staat de studie van mens en maatschappij centraal. Leerlingen leren op een systematische manier, over de vier jaren heen, hoe een mens in elkaar zit, welke mogelijkheden hij heeft om te groeien en hoe hij met anderen kan samenleven. Leerlingen krijgen aandacht voor de gevarieerde wijze waarop de mens de werkelijkheid ervaart en de samenleving ordent.

Daarbij leren leerlingen hun eigen standpunt vormen rond 3 vragen. Hoe worden jonge mensen zichzelf? Hoe ontstaan relaties tussen mensen? En hoe functioneert een samenleving?

De richting humane wetenschappen is een theoretische opleiding die focust op de sociale wetenschappen. We vertrekken vanuit de theoretische achtergrond van gevoerde onderzoeken en theorieën van bekende sociale wetenschappers. Deze theorie wordt daarnaast voortdurend geconfronteerd en aangevuld met de actualiteit, filmeducatie, gastsprekers, eigen onderzoek en excursies. Elk jaar voeren de leerlingen binnen de stamvakken van de humane wetenschappen zelfstandig onderzoek waarbij zij zich stelselmatig onderzoeksvaardigheden eigen maken.

Vakinhoud

Cultuurwetenschappen

In cultuurwetenschappen maak je kennis met cultuurgerichte wetenschappen zoals sociologie, media, kunst, filosofie, solidariteit, milieu, politiek, recht… Concrete lesonderwerpen daarbij zijn o.a. jongerenculturen, functies van de massamedia, armoede in de samenleving, de ecologische gevolgen van de economische groei…

Gedragswetenschappen

In gedragswetenschappen komen de meer mensgerichte wetenschappen aan bod zoals psychologie, pedagogie, sociologie en antropologie. Hierbij wordt gefocust op thema’s zoals ontwikkeling van de mens (van baby tot ouderdom), kinderrechten, ontwikkelingsproblemen bij de mens, verklaring van gedrag, hulpverlening, ontwikkeling van en belang van relaties…

 

Onderzoeksprojecten

Per jaar worden een aantal vakoverschrijdende onderzoeksprojecten georganiseerd. Daarbij staat telkens een nieuw thema in de kijker, met als voorbeelden voor de tweede graad jongerenculturen en socio-culturele Brugse organisaties.

Om de twee jaar wordt een graadexcursie georganiseerd voor de tweede graad. Hierbij wordt een bezoek gebracht aan de stad Luik gedurende drie dagen om de theorieën gezien in gedrags- en cultuurwetenschappen toegepast te zien in de dagdagelijkse maatschappij.  In het derde jaar wordt de ontwikkeling van de mens concreet gemaakt door een observatie in een Brugse kleuterklas en in het vierde jaar wordt een bezoek gebracht aan  een dienstverleningscentrum voor mensen met een verstandelijke beperking, aan de crisisopvang ’t Sas en de sociale kruidenier KABA. 

Bovendien komen regelmatig mensen uit het werkveld de leerlingen een inkijk geven in de praktijk van de sociale wetenschappen.

Humane wetenschappen kan gecombineerd worden met 4 of 5 uur wiskunde.

Leerlingen die meer info willen, kunnen een uitgebreide brochure over humane wetenschappen krijgen bij de leerlingenbegeleiding (KLb-lokaal: B310).

 

Waarop is je keuze gebaseerd?

De richting humane wetenschappen richt zich op leerlingen die een ruime interesse hebben voor cultuur, de mens en de samenleving. Belangrijk is dat je open, nieuwsgierig en kritisch ingesteld bent en dat je een eigen standpunt weet in te nemen. Wie kiest voor humane wetenschappen, kiest ook voor actieve werkvormen. Je bent bijgevolg sociaalvaardig en werkt graag in groep. Tenslotte ben je bereid om een grote pak theorie te verwerken en leer je om zelf een onderzoek te voeren.

Moderne humaniora - 3e (CLIL-) Economie-Wiskunde 4

Economie valt niet weg te denken uit onze samenleving. Aan het begin van de 21ste eeuw werden gezinnen, bedrijven, banken en overheden brutaal geconfronteerd met de uitwassen van het kapitalisme. Hebzucht en winstbejag zorgden voor een wereldwijde financiële en economische crisis.

Tijdens de lessen economie (4 uur per week) bestuderen de leerlingen economische begrippen, principes en theorieën die belangrijk zijn in het dagelijkse leven van een (jong)volwassene. De leerstof wordt voortdurend getoetst aan de actualiteit en ook management skills komen aan bod als voorbereiding op een toekomstige job in de bedrijfswereld.

 

Vakinhoud

Het vak economie valt uiteen in twee grote delen: algemene economie en bedrijfseconomie.

De algemene economie maakt de hoofdmoot uit en onderzoekt thema’s als internationale handel (globalisering, outsourcing, fusies, economische groei), het sociale luik van de economie (vakbonden, sociale zekerheid, werkloosheid, duurzame groei), het financiële aspect (banken, beurskoersen, aandelen) en het fenomeen van de markt (prijsvorming, monopolies, kartels, inflatie, koopkracht, micro-economie).

Tijdens de lessen algemene economie wordt vooral gewerkt met artikels, reportages, journaalfragmenten, tijdschriften en kranten. Op deze manier worden de leerlingen gestimuleerd om ook uit eigen initiatief de actualiteit op de voet te volgen.

Het tweede grote onderdeel, de bedrijfseconomie, spitst zich toe op het management. De leerling neemt de rol van CEO aan en maakt kennis met de belangrijke principes van de verschillende departementen van een onderneming zoals sales (marketing, promotie, reclame), financiën (bedrijfsfinanciering, balans, resultatenrekening, financiële analyse, inleiding tot boekhouden), personeel (arbeidsproductiviteit, toegevoegde waarde)…

Voorbeelden (cases) van bestaande bedrijven vormen het uitgangspunt van de lessen bedrijfseconomie. Leerlingen maken kennis met Belgische topbedrijven uit verschillende sectoren.

Economie kan gecombineerd worden met 4 of 5 uren wiskunde. Aan de inhoud van het vak economie zelf verandert dit niets.

 

Waarop is je keuze gebaseerd?

Wie kiest voor economie is ambitieus en heeft een kritische houding tegenover de economische wereld rondom zich. Voeg daarbij de nodige dosis creativiteit en inzet: eigenschappen die succesvolle ondernemers en managers vandaag bezitten. Een economist wil weten met welke strategieën bedrijven slagen, hoe een land een economische groeipool wordt en op welke manier gezinnen hun welvaart kunnen behouden.

Moderne humaniora - 3e (CLIL-) Economie-Wiskunde 5

Economie valt niet weg te denken uit onze samenleving. Aan het begin van de 21ste eeuw werden gezinnen, bedrijven, banken en overheden brutaal geconfronteerd met de uitwassen van het kapitalisme. Hebzucht en winstbejag zorgden voor een wereldwijde financiële en economische crisis.

Tijdens de lessen economie (4 uur per week) bestuderen de leerlingen economische begrippen, principes en theorieën die belangrijk zijn in het dagelijkse leven van een (jong)volwassene. De leerstof wordt voortdurend getoetst aan de actualiteit en ook management skills komen aan bod als voorbereiding op een toekomstige job in de bedrijfswereld.

 

Vakinhoud

Het vak economie valt uiteen in twee grote delen: algemene economie en bedrijfseconomie.

De algemene economie maakt de hoofdmoot uit en onderzoekt thema’s als internationale handel (globalisering, outsourcing, fusies, economische groei), het sociale luik van de economie (vakbonden, sociale zekerheid, werkloosheid, duurzame groei), het financiële aspect (banken, beurskoersen, aandelen) en het fenomeen van de markt (prijsvorming, monopolies, kartels, inflatie, koopkracht, micro-economie).

Tijdens de lessen algemene economie wordt vooral gewerkt met artikels, reportages, journaalfragmenten, tijdschriften en kranten. Op deze manier worden de leerlingen gestimuleerd om ook uit eigen initiatief de actualiteit op de voet te volgen.

Het tweede grote onderdeel, de bedrijfseconomie, spitst zich toe op het management. De leerling neemt de rol van CEO aan en maakt kennis met de belangrijke principes van de verschillende departementen van een onderneming zoals sales (marketing, promotie, reclame), financiën (bedrijfsfinanciering, balans, resultatenrekening, financiële analyse, inleiding tot boekhouden), personeel (arbeidsproductiviteit, toegevoegde waarde)…

Voorbeelden (cases) van bestaande bedrijven vormen het uitgangspunt van de lessen bedrijfseconomie. Leerlingen maken kennis met Belgische topbedrijven uit verschillende sectoren.

Economie kan gecombineerd worden met 4 of 5 uren wiskunde. Aan de inhoud van het vak economie zelf verandert dit niets.

 

Waarop is je keuze gebaseerd?

Wie kiest voor economie is ambitieus en heeft een kritische houding tegenover de economische wereld rondom zich. Voeg daarbij de nodige dosis creativiteit en inzet: eigenschappen die succesvolle ondernemers en managers vandaag bezitten. Een economist wil weten met welke strategieën bedrijven slagen, hoe een land een economische groeipool wordt en op welke manier gezinnen hun welvaart kunnen behouden.

Klassieke humaniora

Kies een studierichting om de uitleg te zien.

Klik op het tabblad "lessentabel" om het aantal uur per vak te zien.

Klassieke humaniora - 3e (CLIL-) Grieks-Latijn

Leerlingen die voor één of twee klassieke talen kiezen, zijn taalgerichte leerlingen met een brede interesse voor politieke, maatschappelijke en menselijke aspecten.  Je wil met je kennis van de oude talen een beter inzicht krijgen in de moderne talen zoals Nederlands, Frans, Spaans...  Bovendien draagt een klassieke vorming bij tot abstract denken, zin voor analyse en nauwkeurigheid. Het bestuderen van klassieke talen stimuleert niet alleen ten volle je talenknobbel , maar vergroot ook je culturele bagage. Je maakt kennis met de Oudheid, die aan de basis ligt van onze huidige cultuur, waardoor het leven van vandaag de dag nog meer betekenis krijgt.

 

Vakinhoud

In de vakken Latijn en Grieks komen vier componenten aan bod: woordenschat, grammatica, lectuur en cultuur. 

Woordenschat uit de eerste graad wordt verder uitgebouwd. Door de dagelijkse studie van vocabularium wordt het geheugen getraind en leert men systematisch leren.

Door de studie van de grammatica verwerft de leerling een algemeen taalinzicht en leert hij logisch redeneren. Het verbuigings- en vervoegingssysteem van beide klassieke talen en het syntactische systeem van hoofd- en bijzinnen leiden tot een haast ongeëvenaarde perfectie van het taalkundig uitdrukkingsvermogen.

De lectuurlessen en vertaaloefeningen bevorderen een gezond denkvermogen en een kritische geest. Ook de culturele interesse van de leerling wordt tijdens deze lessen gevoed.

In het derde jaar verdiepen de leerlingen voornamelijk hun inzicht in de Griekse en Latijnse taal en lezen ze vereenvoudigde teksten.

In het vierde jaar zijn de leerlingen in staat tot de lectuur van originele teksten.

In de lessen Latijn lezen we het oorlogsverslag van Caesar over de Gallische oorlog en vernemen nu eindelijk wat hij bedoelde toen hij schreef: ‘Van alle Galliërs zijn de Belgen de dappersten.’ De brieven van Plinius zijn een allegaartje van onderwerpen: een vulkaanuitbarsting, fanatieke supporters bij de circusspelen, liefdesbriefjes aan zijn vrouw… Tot slot worden de leerlingen voor het eerst geconfronteerd met Latijnse poëzie: Ovidius dompelt hen onder in de vele facetten van liefdesbeleving.

In de lessen Grieks vertelt Loukianos ons op een grappige manier hoe de goden met elkaar en met de mensen omgaan. Met Xenophon trekken we samen op tocht en leren we de Perzen beter kennen. We maken ook kennis met de vader van de historiografie, Herodotos, en komen meer te weten over het aloude conflict tussen Oost en West, over rare gebruiken bij de Egyptenaren, over de mooiste vrouw ter wereld… Als afsluiter komt Longos aan bod: hij schreef een echte avonturenroman vol piraten, misverstanden, ontvoeringen en de ontluikende liefde tussen twee jonge mensen.

 

Waarop is je keuze gebaseerd?

 Klassieke talen in de tweede graad kunnen om begrijpelijke redenen enkel gevolgd worden door wie klassieke talen op het programma had in de eerste graad.

Net zoals alle andere keuzes voor deze of gene studierichting, vragen de klassieke talen om een bewuste en positieve keuze. Deze talen worden niet meer gesproken; onbekend, dus onbemind, vol verrassende geheimen, soms moeilijk en lastig, maar veel voldoening gevend. Wie een klassieke taal kiest, moet voluit willen gaan! Interesse in taal en taalstructuur, in lectuur en ontleden van antieke teksten zijn conditio sine qua non om voor richtingen met klassieke talen te opteren.

Welke klassieke taal kiezen?

 Latijn staat dichter bij onze cultuur en de Romeinse mentaliteit richt zich vooral op het praktische; de Griekse taal staat verder van ons af, maar de Griekse cultuur is origineler en doet meer een beroep op het poëtische in ons en op het pure denken.

 

Het Grieks opent ook voor jongeren de wereld naar talen met andere schrifttekens, zoals het Japans en het Chinees, twee talen die door de wereldeconomie een grote opgang maken.

 

Leerlingen die beide talen kiezen, willen nog meer uitgedaagd worden en hebben een heel ruime belangstelling voor algemeen menselijke problemen en een grote openheid voor literatuur en cultuur.

Klassieke humaniora - 3e Latijn-Wiskunde 4

Leerlingen die voor één of twee klassieke talen kiezen, zijn taalgerichte leerlingen met een brede interesse voor politieke, maatschappelijke en menselijke aspecten.  Je wil met je kennis van de oude talen een beter inzicht krijgen in de moderne talen zoals Nederlands, Frans, Spaans...  Bovendien draagt een klassieke vorming bij tot abstract denken, zin voor analyse en nauwkeurigheid. Het bestuderen van klassieke talen stimuleert niet alleen ten volle je talenknobbel , maar vergroot ook je culturele bagage. Je maakt kennis met de Oudheid, die aan de basis ligt van onze huidige cultuur, waardoor het leven van vandaag de dag nog meer betekenis krijgt.

 

Vakinhoud

In de vakken Latijn en Grieks komen vier componenten aan bod: woordenschat, grammatica, lectuur en cultuur. 

Woordenschat uit de eerste graad wordt verder uitgebouwd. Door de dagelijkse studie van vocabularium wordt het geheugen getraind en leert men systematisch leren.

Door de studie van de grammatica verwerft de leerling een algemeen taalinzicht en leert hij logisch redeneren. Het verbuigings- en vervoegingssysteem van beide klassieke talen en het syntactische systeem van hoofd- en bijzinnen leiden tot een haast ongeëvenaarde perfectie van het taalkundig uitdrukkingsvermogen.

De lectuurlessen en vertaaloefeningen bevorderen een gezond denkvermogen en een kritische geest. Ook de culturele interesse van de leerling wordt tijdens deze lessen gevoed.

In het derde jaar verdiepen de leerlingen voornamelijk hun inzicht in de Griekse en Latijnse taal en lezen ze vereenvoudigde teksten.

In het vierde jaar zijn de leerlingen in staat tot de lectuur van originele teksten.

In de lessen Latijn lezen we het oorlogsverslag van Caesar over de Gallische oorlog en vernemen nu eindelijk wat hij bedoelde toen hij schreef: ‘Van alle Galliërs zijn de Belgen de dappersten.’ De brieven van Plinius zijn een allegaartje van onderwerpen: een vulkaanuitbarsting, fanatieke supporters bij de circusspelen, liefdesbriefjes aan zijn vrouw… Tot slot worden de leerlingen voor het eerst geconfronteerd met Latijnse poëzie: Ovidius dompelt hen onder in de vele facetten van liefdesbeleving.

In de lessen Grieks vertelt Loukianos ons op een grappige manier hoe de goden met elkaar en met de mensen omgaan. Met Xenophon trekken we samen op tocht en leren we de Perzen beter kennen. We maken ook kennis met de vader van de historiografie, Herodotos, en komen meer te weten over het aloude conflict tussen Oost en West, over rare gebruiken bij de Egyptenaren, over de mooiste vrouw ter wereld… Als afsluiter komt Longos aan bod: hij schreef een echte avonturenroman vol piraten, misverstanden, ontvoeringen en de ontluikende liefde tussen twee jonge mensen.

 

Waarop is je keuze gebaseerd?

 Klassieke talen in de tweede graad kunnen om begrijpelijke redenen enkel gevolgd worden door wie klassieke talen op het programma had in de eerste graad.

Net zoals alle andere keuzes voor deze of gene studierichting, vragen de klassieke talen om een bewuste en positieve keuze. Deze talen worden niet meer gesproken; onbekend, dus onbemind, vol verrassende geheimen, soms moeilijk en lastig, maar veel voldoening gevend. Wie een klassieke taal kiest, moet voluit willen gaan! Interesse in taal en taalstructuur, in lectuur en ontleden van antieke teksten zijn conditio sine qua non om voor richtingen met klassieke talen te opteren.

Welke klassieke taal kiezen?

 Latijn staat dichter bij onze cultuur en de Romeinse mentaliteit richt zich vooral op het praktische; de Griekse taal staat verder van ons af, maar de Griekse cultuur is origineler en doet meer een beroep op het poëtische in ons en op het pure denken.

 

Het Grieks opent ook voor jongeren de wereld naar talen met andere schrifttekens, zoals het Japans en het Chinees, twee talen die door de wereldeconomie een grote opgang maken.

 

Leerlingen die beide talen kiezen, willen nog meer uitgedaagd worden en hebben een heel ruime belangstelling voor algemeen menselijke problemen en een grote openheid voor literatuur en cultuur.

Klassieke humaniora - 3e Latijn-Wiskunde 5

Leerlingen die voor één of twee klassieke talen kiezen, zijn taalgerichte leerlingen met een brede interesse voor politieke, maatschappelijke en menselijke aspecten.  Je wil met je kennis van de oude talen een beter inzicht krijgen in de moderne talen zoals Nederlands, Frans, Spaans...  Bovendien draagt een klassieke vorming bij tot abstract denken, zin voor analyse en nauwkeurigheid. Het bestuderen van klassieke talen stimuleert niet alleen ten volle je talenknobbel , maar vergroot ook je culturele bagage. Je maakt kennis met de Oudheid, die aan de basis ligt van onze huidige cultuur, waardoor het leven van vandaag de dag nog meer betekenis krijgt.

 

Vakinhoud

In de vakken Latijn en Grieks komen vier componenten aan bod: woordenschat, grammatica, lectuur en cultuur. 

Woordenschat uit de eerste graad wordt verder uitgebouwd. Door de dagelijkse studie van vocabularium wordt het geheugen getraind en leert men systematisch leren.

Door de studie van de grammatica verwerft de leerling een algemeen taalinzicht en leert hij logisch redeneren. Het verbuigings- en vervoegingssysteem van beide klassieke talen en het syntactische systeem van hoofd- en bijzinnen leiden tot een haast ongeëvenaarde perfectie van het taalkundig uitdrukkingsvermogen.

De lectuurlessen en vertaaloefeningen bevorderen een gezond denkvermogen en een kritische geest. Ook de culturele interesse van de leerling wordt tijdens deze lessen gevoed.

In het derde jaar verdiepen de leerlingen voornamelijk hun inzicht in de Griekse en Latijnse taal en lezen ze vereenvoudigde teksten.

In het vierde jaar zijn de leerlingen in staat tot de lectuur van originele teksten.

In de lessen Latijn lezen we het oorlogsverslag van Caesar over de Gallische oorlog en vernemen nu eindelijk wat hij bedoelde toen hij schreef: ‘Van alle Galliërs zijn de Belgen de dappersten.’ De brieven van Plinius zijn een allegaartje van onderwerpen: een vulkaanuitbarsting, fanatieke supporters bij de circusspelen, liefdesbriefjes aan zijn vrouw… Tot slot worden de leerlingen voor het eerst geconfronteerd met Latijnse poëzie: Ovidius dompelt hen onder in de vele facetten van liefdesbeleving.

In de lessen Grieks vertelt Loukianos ons op een grappige manier hoe de goden met elkaar en met de mensen omgaan. Met Xenophon trekken we samen op tocht en leren we de Perzen beter kennen. We maken ook kennis met de vader van de historiografie, Herodotos, en komen meer te weten over het aloude conflict tussen Oost en West, over rare gebruiken bij de Egyptenaren, over de mooiste vrouw ter wereld… Als afsluiter komt Longos aan bod: hij schreef een echte avonturenroman vol piraten, misverstanden, ontvoeringen en de ontluikende liefde tussen twee jonge mensen.

 

Waarop is je keuze gebaseerd?

 Klassieke talen in de tweede graad kunnen om begrijpelijke redenen enkel gevolgd worden door wie klassieke talen op het programma had in de eerste graad.

Net zoals alle andere keuzes voor deze of gene studierichting, vragen de klassieke talen om een bewuste en positieve keuze. Deze talen worden niet meer gesproken; onbekend, dus onbemind, vol verrassende geheimen, soms moeilijk en lastig, maar veel voldoening gevend. Wie een klassieke taal kiest, moet voluit willen gaan! Interesse in taal en taalstructuur, in lectuur en ontleden van antieke teksten zijn conditio sine qua non om voor richtingen met klassieke talen te opteren.

Welke klassieke taal kiezen?

 Latijn staat dichter bij onze cultuur en de Romeinse mentaliteit richt zich vooral op het praktische; de Griekse taal staat verder van ons af, maar de Griekse cultuur is origineler en doet meer een beroep op het poëtische in ons en op het pure denken.

 

Het Grieks opent ook voor jongeren de wereld naar talen met andere schrifttekens, zoals het Japans en het Chinees, twee talen die door de wereldeconomie een grote opgang maken.

 

Leerlingen die beide talen kiezen, willen nog meer uitgedaagd worden en hebben een heel ruime belangstelling voor algemeen menselijke problemen en een grote openheid voor literatuur en cultuur.

Klassieke humaniora - 3e CLIL Latijn-Wetenschappen-Wiskunde 5

Leerlingen die voor één of twee klassieke talen kiezen, zijn taalgerichte leerlingen met een brede interesse voor politieke, maatschappelijke en menselijke aspecten.  Je wil met je kennis van de oude talen een beter inzicht krijgen in de moderne talen zoals Nederlands, Frans, Spaans...  Bovendien draagt een klassieke vorming bij tot abstract denken, zin voor analyse en nauwkeurigheid. Het bestuderen van klassieke talen stimuleert niet alleen ten volle je talenknobbel , maar vergroot ook je culturele bagage. Je maakt kennis met de Oudheid, die aan de basis ligt van onze huidige cultuur, waardoor het leven van vandaag de dag nog meer betekenis krijgt.

 

Vakinhoud

In de vakken Latijn en Grieks komen vier componenten aan bod: woordenschat, grammatica, lectuur en cultuur. 

Woordenschat uit de eerste graad wordt verder uitgebouwd. Door de dagelijkse studie van vocabularium wordt het geheugen getraind en leert men systematisch leren.

Door de studie van de grammatica verwerft de leerling een algemeen taalinzicht en leert hij logisch redeneren. Het verbuigings- en vervoegingssysteem van beide klassieke talen en het syntactische systeem van hoofd- en bijzinnen leiden tot een haast ongeëvenaarde perfectie van het taalkundig uitdrukkingsvermogen.

De lectuurlessen en vertaaloefeningen bevorderen een gezond denkvermogen en een kritische geest. Ook de culturele interesse van de leerling wordt tijdens deze lessen gevoed.

In het derde jaar verdiepen de leerlingen voornamelijk hun inzicht in de Griekse en Latijnse taal en lezen ze vereenvoudigde teksten.

In het vierde jaar zijn de leerlingen in staat tot de lectuur van originele teksten.

In de lessen Latijn lezen we het oorlogsverslag van Caesar over de Gallische oorlog en vernemen nu eindelijk wat hij bedoelde toen hij schreef: ‘Van alle Galliërs zijn de Belgen de dappersten.’ De brieven van Plinius zijn een allegaartje van onderwerpen: een vulkaanuitbarsting, fanatieke supporters bij de circusspelen, liefdesbriefjes aan zijn vrouw… Tot slot worden de leerlingen voor het eerst geconfronteerd met Latijnse poëzie: Ovidius dompelt hen onder in de vele facetten van liefdesbeleving.

In de lessen Grieks vertelt Loukianos ons op een grappige manier hoe de goden met elkaar en met de mensen omgaan. Met Xenophon trekken we samen op tocht en leren we de Perzen beter kennen. We maken ook kennis met de vader van de historiografie, Herodotos, en komen meer te weten over het aloude conflict tussen Oost en West, over rare gebruiken bij de Egyptenaren, over de mooiste vrouw ter wereld… Als afsluiter komt Longos aan bod: hij schreef een echte avonturenroman vol piraten, misverstanden, ontvoeringen en de ontluikende liefde tussen twee jonge mensen.

 

Waarop is je keuze gebaseerd?

 Klassieke talen in de tweede graad kunnen om begrijpelijke redenen enkel gevolgd worden door wie klassieke talen op het programma had in de eerste graad.

Net zoals alle andere keuzes voor deze of gene studierichting, vragen de klassieke talen om een bewuste en positieve keuze. Deze talen worden niet meer gesproken; onbekend, dus onbemind, vol verrassende geheimen, soms moeilijk en lastig, maar veel voldoening gevend. Wie een klassieke taal kiest, moet voluit willen gaan! Interesse in taal en taalstructuur, in lectuur en ontleden van antieke teksten zijn conditio sine qua non om voor richtingen met klassieke talen te opteren.

Welke klassieke taal kiezen?

 Latijn staat dichter bij onze cultuur en de Romeinse mentaliteit richt zich vooral op het praktische; de Griekse taal staat verder van ons af, maar de Griekse cultuur is origineler en doet meer een beroep op het poëtische in ons en op het pure denken.

 

Het Grieks opent ook voor jongeren de wereld naar talen met andere schrifttekens, zoals het Japans en het Chinees, twee talen die door de wereldeconomie een grote opgang maken.

 

Leerlingen die beide talen kiezen, willen nog meer uitgedaagd worden en hebben een heel ruime belangstelling voor algemeen menselijke problemen en een grote openheid voor literatuur en cultuur.

 

Exacte wetenschappen

In de eerste graad krijgen alle leerlingen het vak natuurwetenschappen en aardrijkskunde.  Binnen het vak natuurwetenschappen maken ze kennis met aspecten uit de biologie, fysica en chemie.  In de tweede graad worden deze leerinhouden verder uitgewerkt in afzonderlijke natuurwetenschappelijke vakken. Alle leerlingen krijgen aardrijkskunde, biologie, fysica en chemie.  In sommige richtingen is de aandacht voor die wetenschappen beperkt tot vier uren in de week, in de meest wetenschappelijk georiënteerde richtingen kan dit uitgebreid worden tot zeven uren.

 

Vakinhoud

Biologie

Leerlingen uit de wetenschappelijke richtingen krijgen wekelijks twee uren biologie, terwijl dit voor niet-wetenschappelijke richtingen één uur is.  Tijdens de lessen biologie maken leerlingen in het derde jaar kennis met de zintuigen, de spieren en klieren, het zenuwstelsel en hormoonstelsel.  In het vierde jaar worden organismen geclassificeerd en samenlevingsvormen van dichterbij bekeken…

 

Chemie

De structuur en de eigenschappen van de stoffen, alsook de veranderingen die stoffen kunnen ondergaan, worden bestudeerd in de lessen chemie. Niet-wetenschappelijke richtingen hebben één uur per week, wetenschappelijke richtingen twee uren per week.

 

Fysica

Optica, het deeltjesmodel, krachten, arbeid, druk,warmteleer… zijn enkele thema’s die tijdens de lessen fysica behandeld worden in de tweede graad. Het aantal lesuren is afhankelijk van het aantal uren wiskunde. Richtingen met wekelijks vijf uren wiskunde krijgen twee lesuren fysica.  Richtingen met vier uren wiskunde krijgen wekelijks één uur fysica.

 

Aardrijkskunde

Elke richting krijgt wekelijks één lesuur aardrijkskunde. Gedurende twee jaar bestuderen de leerlingen de andere werelddelen. Elk continent wordt benaderd vanuit een bepaald gezichtsveld (landbouw, industrie, klimaat…). Hedendaagse maatschappelijke problemen worden geïntegreerd zoals demografische problematiek, waterschaarste, ontbossing… Een belangrijk accent zijn de vele opdrachten die grotendeels tijdens de lessen opgestart en geoptimaliseerd worden.

 

Waarop is je keuze gebaseerd?

De theoretische inhoud is heel gelijklopend tussen de wetenschappelijke en niet-wetenschappelijke richtingen.  De basisleerstof is dus gelijk. Het extra lesuur kan worden ingevuld met uitbreidingsleerstof, leerlingenpractica, ICT-opdrachten, demonstratieproeven, onderzoeksvaardigheden…

Moderne humaniora

Kies een studierichting om de uitleg te zien.

Klik op het tabblad "lessentabel" om het aantal uur per vak te zien.

Moderne humaniora - 4e (CLIL-) Wetenschappen-Wiskunde 5

In de eerste graad krijgen alle leerlingen het vak natuurwetenschappen en aardrijkskunde.  Binnen het vak natuurwetenschappen maken ze kennis met aspecten uit de biologie, fysica en chemie.  In de tweede graad worden deze leerinhouden verder uitgewerkt in afzonderlijke natuurwetenschappelijke vakken. Alle leerlingen krijgen aardrijkskunde, biologie, fysica en chemie.  In sommige richtingen is de aandacht voor die wetenschappen beperkt tot vier uren in de week, in de meest wetenschappelijk georiënteerde richtingen kan dit uitgebreid worden tot zeven uren.

 

Vakinhoud

Biologie

Leerlingen uit de wetenschappelijke richtingen krijgen wekelijks twee uren biologie, terwijl dit voor niet-wetenschappelijke richtingen één uur is.  Tijdens de lessen biologie maken leerlingen in het derde jaar kennis met de zintuigen, de spieren en klieren, het zenuwstelsel en hormoonstelsel.  In het vierde jaar worden organismen geclassificeerd en samenlevingsvormen van dichterbij bekeken…

 

Chemie

De structuur en de eigenschappen van de stoffen, alsook de veranderingen die stoffen kunnen ondergaan, worden bestudeerd in de lessen chemie. Niet-wetenschappelijke richtingen hebben één uur per week, wetenschappelijke richtingen twee uren per week.

 

Fysica

Optica, het deeltjesmodel, krachten, arbeid, druk,warmteleer… zijn enkele thema’s die tijdens de lessen fysica behandeld worden in de tweede graad. Het aantal lesuren is afhankelijk van het aantal uren wiskunde. Richtingen met wekelijks vijf uren wiskunde krijgen twee lesuren fysica.  Richtingen met vier uren wiskunde krijgen wekelijks één uur fysica.

 

Aardrijkskunde

Elke richting krijgt wekelijks één lesuur aardrijkskunde. Gedurende twee jaar bestuderen de leerlingen de andere werelddelen. Elk continent wordt benaderd vanuit een bepaald gezichtsveld (landbouw, industrie, klimaat…). Hedendaagse maatschappelijke problemen worden geïntegreerd zoals demografische problematiek, waterschaarste, ontbossing… Een belangrijk accent zijn de vele opdrachten die grotendeels tijdens de lessen opgestart en geoptimaliseerd worden.

 

Waarop is je keuze gebaseerd?

De theoretische inhoud is heel gelijklopend tussen de wetenschappelijke en niet-wetenschappelijke richtingen.  De basisleerstof is dus gelijk. Het extra lesuur kan worden ingevuld met uitbreidingsleerstof, leerlingenpractica, ICT-opdrachten, demonstratieproeven, onderzoeksvaardigheden…

Moderne humaniora - 4e Humane wetenschappen-Wiskunde 4

In humane wetenschappen staat de studie van mens en maatschappij centraal. Leerlingen leren op een systematische manier, over de vier jaren heen, hoe een mens in elkaar zit, welke mogelijkheden hij heeft om te groeien en hoe hij met anderen kan samenleven. Leerlingen krijgen aandacht voor de gevarieerde wijze waarop de mens de werkelijkheid ervaart en de samenleving ordent.

Daarbij leren leerlingen hun eigen standpunt vormen rond 3 vragen. Hoe worden jonge mensen zichzelf? Hoe ontstaan relaties tussen mensen? En hoe functioneert een samenleving?

De richting humane wetenschappen is een theoretische opleiding die focust op de sociale wetenschappen. We vertrekken vanuit de theoretische achtergrond van gevoerde onderzoeken en theorieën van bekende sociale wetenschappers. Deze theorie wordt daarnaast voortdurend geconfronteerd en aangevuld met de actualiteit, filmeducatie, gastsprekers, eigen onderzoek en excursies. Elk jaar voeren de leerlingen binnen de stamvakken van de humane wetenschappen zelfstandig onderzoek waarbij zij zich stelselmatig onderzoeksvaardigheden eigen maken.

Vakinhoud

Cultuurwetenschappen

In cultuurwetenschappen maak je kennis met cultuurgerichte wetenschappen zoals sociologie, media, kunst, filosofie, solidariteit, milieu, politiek, recht… Concrete lesonderwerpen daarbij zijn o.a. jongerenculturen, functies van de massamedia, armoede in de samenleving, de ecologische gevolgen van de economische groei…

Gedragswetenschappen

In gedragswetenschappen komen de meer mensgerichte wetenschappen aan bod zoals psychologie, pedagogie, sociologie en antropologie. Hierbij wordt gefocust op thema’s zoals ontwikkeling van de mens (van baby tot ouderdom), kinderrechten, ontwikkelingsproblemen bij de mens, verklaring van gedrag, hulpverlening, ontwikkeling van en belang van relaties…

 

Onderzoeksprojecten

Per jaar worden een aantal vakoverschrijdende onderzoeksprojecten georganiseerd. Daarbij staat telkens een nieuw thema in de kijker, met als voorbeelden voor de tweede graad jongerenculturen en socio-culturele Brugse organisaties.

Om de twee jaar wordt een graadexcursie georganiseerd voor de tweede graad. Hierbij wordt een bezoek gebracht aan de stad Luik gedurende drie dagen om de theorieën gezien in gedrags- en cultuurwetenschappen toegepast te zien in de dagdagelijkse maatschappij.  In het derde jaar wordt de ontwikkeling van de mens concreet gemaakt door een observatie in een Brugse kleuterklas en in het vierde jaar wordt een bezoek gebracht aan  een dienstverleningscentrum voor mensen met een verstandelijke beperking, aan de crisisopvang ’t Sas en de sociale kruidenier KABA. 

Bovendien komen regelmatig mensen uit het werkveld de leerlingen een inkijk geven in de praktijk van de sociale wetenschappen.

Humane wetenschappen kan gecombineerd worden met 4 of 5 uur wiskunde.

Leerlingen die meer info willen, kunnen een uitgebreide brochure over humane wetenschappen krijgen bij de leerlingenbegeleiding (KLb-lokaal: B310).

 

Waarop is je keuze gebaseerd?

De richting humane wetenschappen richt zich op leerlingen die een ruime interesse hebben voor cultuur, de mens en de samenleving. Belangrijk is dat je open, nieuwsgierig en kritisch ingesteld bent en dat je een eigen standpunt weet in te nemen. Wie kiest voor humane wetenschappen, kiest ook voor actieve werkvormen. Je bent bijgevolg sociaalvaardig en werkt graag in groep. Tenslotte ben je bereid om een grote pak theorie te verwerken en leer je om zelf een onderzoek te voeren.

Moderne humaniora - 4e Humane wetenschappen-Wiskunde 5

In humane wetenschappen staat de studie van mens en maatschappij centraal. Leerlingen leren op een systematische manier, over de vier jaren heen, hoe een mens in elkaar zit, welke mogelijkheden hij heeft om te groeien en hoe hij met anderen kan samenleven. Leerlingen krijgen aandacht voor de gevarieerde wijze waarop de mens de werkelijkheid ervaart en de samenleving ordent.

Daarbij leren leerlingen hun eigen standpunt vormen rond 3 vragen. Hoe worden jonge mensen zichzelf? Hoe ontstaan relaties tussen mensen? En hoe functioneert een samenleving?

De richting humane wetenschappen is een theoretische opleiding die focust op de sociale wetenschappen. We vertrekken vanuit de theoretische achtergrond van gevoerde onderzoeken en theorieën van bekende sociale wetenschappers. Deze theorie wordt daarnaast voortdurend geconfronteerd en aangevuld met de actualiteit, filmeducatie, gastsprekers, eigen onderzoek en excursies. Elk jaar voeren de leerlingen binnen de stamvakken van de humane wetenschappen zelfstandig onderzoek waarbij zij zich stelselmatig onderzoeksvaardigheden eigen maken.

Vakinhoud

Cultuurwetenschappen

In cultuurwetenschappen maak je kennis met cultuurgerichte wetenschappen zoals sociologie, media, kunst, filosofie, solidariteit, milieu, politiek, recht… Concrete lesonderwerpen daarbij zijn o.a. jongerenculturen, functies van de massamedia, armoede in de samenleving, de ecologische gevolgen van de economische groei…

Gedragswetenschappen

In gedragswetenschappen komen de meer mensgerichte wetenschappen aan bod zoals psychologie, pedagogie, sociologie en antropologie. Hierbij wordt gefocust op thema’s zoals ontwikkeling van de mens (van baby tot ouderdom), kinderrechten, ontwikkelingsproblemen bij de mens, verklaring van gedrag, hulpverlening, ontwikkeling van en belang van relaties…

 

Onderzoeksprojecten

Per jaar worden een aantal vakoverschrijdende onderzoeksprojecten georganiseerd. Daarbij staat telkens een nieuw thema in de kijker, met als voorbeelden voor de tweede graad jongerenculturen en socio-culturele Brugse organisaties.

Om de twee jaar wordt een graadexcursie georganiseerd voor de tweede graad. Hierbij wordt een bezoek gebracht aan de stad Luik gedurende drie dagen om de theorieën gezien in gedrags- en cultuurwetenschappen toegepast te zien in de dagdagelijkse maatschappij.  In het derde jaar wordt de ontwikkeling van de mens concreet gemaakt door een observatie in een Brugse kleuterklas en in het vierde jaar wordt een bezoek gebracht aan  een dienstverleningscentrum voor mensen met een verstandelijke beperking, aan de crisisopvang ’t Sas en de sociale kruidenier KABA. 

Bovendien komen regelmatig mensen uit het werkveld de leerlingen een inkijk geven in de praktijk van de sociale wetenschappen.

Humane wetenschappen kan gecombineerd worden met 4 of 5 uur wiskunde.

Leerlingen die meer info willen, kunnen een uitgebreide brochure over humane wetenschappen krijgen bij de leerlingenbegeleiding (KLb-lokaal: B310).

 

Waarop is je keuze gebaseerd?

De richting humane wetenschappen richt zich op leerlingen die een ruime interesse hebben voor cultuur, de mens en de samenleving. Belangrijk is dat je open, nieuwsgierig en kritisch ingesteld bent en dat je een eigen standpunt weet in te nemen. Wie kiest voor humane wetenschappen, kiest ook voor actieve werkvormen. Je bent bijgevolg sociaalvaardig en werkt graag in groep. Tenslotte ben je bereid om een grote pak theorie te verwerken en leer je om zelf een onderzoek te voeren.

Moderne humaniora - 4e (CLIL-) Economie-Wiskunde 4

Economie valt niet weg te denken uit onze samenleving. Aan het begin van de 21ste eeuw werden gezinnen, bedrijven, banken en overheden brutaal geconfronteerd met de uitwassen van het kapitalisme. Hebzucht en winstbejag zorgden voor een wereldwijde financiële en economische crisis.

Tijdens de lessen economie (4 uur per week) bestuderen de leerlingen economische begrippen, principes en theorieën die belangrijk zijn in het dagelijkse leven van een (jong)volwassene. De leerstof wordt voortdurend getoetst aan de actualiteit en ook management skills komen aan bod als voorbereiding op een toekomstige job in de bedrijfswereld.

 

Vakinhoud

Het vak economie valt uiteen in twee grote delen: algemene economie en bedrijfseconomie.

De algemene economie maakt de hoofdmoot uit en onderzoekt thema’s als internationale handel (globalisering, outsourcing, fusies, economische groei), het sociale luik van de economie (vakbonden, sociale zekerheid, werkloosheid, duurzame groei), het financiële aspect (banken, beurskoersen, aandelen) en het fenomeen van de markt (prijsvorming, monopolies, kartels, inflatie, koopkracht, micro-economie).

Tijdens de lessen algemene economie wordt vooral gewerkt met artikels, reportages, journaalfragmenten, tijdschriften en kranten. Op deze manier worden de leerlingen gestimuleerd om ook uit eigen initiatief de actualiteit op de voet te volgen.

Het tweede grote onderdeel, de bedrijfseconomie, spitst zich toe op het management. De leerling neemt de rol van CEO aan en maakt kennis met de belangrijke principes van de verschillende departementen van een onderneming zoals sales (marketing, promotie, reclame), financiën (bedrijfsfinanciering, balans, resultatenrekening, financiële analyse, inleiding tot boekhouden), personeel (arbeidsproductiviteit, toegevoegde waarde)…

Voorbeelden (cases) van bestaande bedrijven vormen het uitgangspunt van de lessen bedrijfseconomie. Leerlingen maken kennis met Belgische topbedrijven uit verschillende sectoren.

Economie kan gecombineerd worden met 4 of 5 uren wiskunde. Aan de inhoud van het vak economie zelf verandert dit niets.

 

Waarop is je keuze gebaseerd?

Wie kiest voor economie is ambitieus en heeft een kritische houding tegenover de economische wereld rondom zich. Voeg daarbij de nodige dosis creativiteit en inzet: eigenschappen die succesvolle ondernemers en managers vandaag bezitten. Een economist wil weten met welke strategieën bedrijven slagen, hoe een land een economische groeipool wordt en op welke manier gezinnen hun welvaart kunnen behouden.

Moderne humaniora - 4e (CLIL-) Economie-Wiskunde 5

Economie valt niet weg te denken uit onze samenleving. Aan het begin van de 21ste eeuw werden gezinnen, bedrijven, banken en overheden brutaal geconfronteerd met de uitwassen van het kapitalisme. Hebzucht en winstbejag zorgden voor een wereldwijde financiële en economische crisis.

Tijdens de lessen economie (4 uur per week) bestuderen de leerlingen economische begrippen, principes en theorieën die belangrijk zijn in het dagelijkse leven van een (jong)volwassene. De leerstof wordt voortdurend getoetst aan de actualiteit en ook management skills komen aan bod als voorbereiding op een toekomstige job in de bedrijfswereld.

 

Vakinhoud

Het vak economie valt uiteen in twee grote delen: algemene economie en bedrijfseconomie.

De algemene economie maakt de hoofdmoot uit en onderzoekt thema’s als internationale handel (globalisering, outsourcing, fusies, economische groei), het sociale luik van de economie (vakbonden, sociale zekerheid, werkloosheid, duurzame groei), het financiële aspect (banken, beurskoersen, aandelen) en het fenomeen van de markt (prijsvorming, monopolies, kartels, inflatie, koopkracht, micro-economie).

Tijdens de lessen algemene economie wordt vooral gewerkt met artikels, reportages, journaalfragmenten, tijdschriften en kranten. Op deze manier worden de leerlingen gestimuleerd om ook uit eigen initiatief de actualiteit op de voet te volgen.

Het tweede grote onderdeel, de bedrijfseconomie, spitst zich toe op het management. De leerling neemt de rol van CEO aan en maakt kennis met de belangrijke principes van de verschillende departementen van een onderneming zoals sales (marketing, promotie, reclame), financiën (bedrijfsfinanciering, balans, resultatenrekening, financiële analyse, inleiding tot boekhouden), personeel (arbeidsproductiviteit, toegevoegde waarde)…

Voorbeelden (cases) van bestaande bedrijven vormen het uitgangspunt van de lessen bedrijfseconomie. Leerlingen maken kennis met Belgische topbedrijven uit verschillende sectoren.

Economie kan gecombineerd worden met 4 of 5 uren wiskunde. Aan de inhoud van het vak economie zelf verandert dit niets.

 

Waarop is je keuze gebaseerd?

Wie kiest voor economie is ambitieus en heeft een kritische houding tegenover de economische wereld rondom zich. Voeg daarbij de nodige dosis creativiteit en inzet: eigenschappen die succesvolle ondernemers en managers vandaag bezitten. Een economist wil weten met welke strategieën bedrijven slagen, hoe een land een economische groeipool wordt en op welke manier gezinnen hun welvaart kunnen behouden.

Klassieke humaniora

Kies een studierichting om de uitleg te zien.

Klik op het tabblad "lessentabel" om het aantal uur per vak te zien.

Klassieke humaniora - 4e (CLIL-) Grieks-Latijn

Leerlingen die voor één of twee klassieke talen kiezen, zijn taalgerichte leerlingen met een brede interesse voor politieke, maatschappelijke en menselijke aspecten.  Je wil met je kennis van de oude talen een beter inzicht krijgen in de moderne talen zoals Nederlands, Frans, Spaans...  Bovendien draagt een klassieke vorming bij tot abstract denken, zin voor analyse en nauwkeurigheid. Het bestuderen van klassieke talen stimuleert niet alleen ten volle je talenknobbel , maar vergroot ook je culturele bagage. Je maakt kennis met de Oudheid, die aan de basis ligt van onze huidige cultuur, waardoor het leven van vandaag de dag nog meer betekenis krijgt.

 

Vakinhoud

In de vakken Latijn en Grieks komen vier componenten aan bod: woordenschat, grammatica, lectuur en cultuur. 

Woordenschat uit de eerste graad wordt verder uitgebouwd. Door de dagelijkse studie van vocabularium wordt het geheugen getraind en leert men systematisch leren.

Door de studie van de grammatica verwerft de leerling een algemeen taalinzicht en leert hij logisch redeneren. Het verbuigings- en vervoegingssysteem van beide klassieke talen en het syntactische systeem van hoofd- en bijzinnen leiden tot een haast ongeëvenaarde perfectie van het taalkundig uitdrukkingsvermogen.

De lectuurlessen en vertaaloefeningen bevorderen een gezond denkvermogen en een kritische geest. Ook de culturele interesse van de leerling wordt tijdens deze lessen gevoed.

In het derde jaar verdiepen de leerlingen voornamelijk hun inzicht in de Griekse en Latijnse taal en lezen ze vereenvoudigde teksten.

In het vierde jaar zijn de leerlingen in staat tot de lectuur van originele teksten.

In de lessen Latijn lezen we het oorlogsverslag van Caesar over de Gallische oorlog en vernemen nu eindelijk wat hij bedoelde toen hij schreef: ‘Van alle Galliërs zijn de Belgen de dappersten.’ De brieven van Plinius zijn een allegaartje van onderwerpen: een vulkaanuitbarsting, fanatieke supporters bij de circusspelen, liefdesbriefjes aan zijn vrouw… Tot slot worden de leerlingen voor het eerst geconfronteerd met Latijnse poëzie: Ovidius dompelt hen onder in de vele facetten van liefdesbeleving.

In de lessen Grieks vertelt Loukianos ons op een grappige manier hoe de goden met elkaar en met de mensen omgaan. Met Xenophon trekken we samen op tocht en leren we de Perzen beter kennen. We maken ook kennis met de vader van de historiografie, Herodotos, en komen meer te weten over het aloude conflict tussen Oost en West, over rare gebruiken bij de Egyptenaren, over de mooiste vrouw ter wereld… Als afsluiter komt Longos aan bod: hij schreef een echte avonturenroman vol piraten, misverstanden, ontvoeringen en de ontluikende liefde tussen twee jonge mensen.

 

Waarop is je keuze gebaseerd?

 Klassieke talen in de tweede graad kunnen om begrijpelijke redenen enkel gevolgd worden door wie klassieke talen op het programma had in de eerste graad.

Net zoals alle andere keuzes voor deze of gene studierichting, vragen de klassieke talen om een bewuste en positieve keuze. Deze talen worden niet meer gesproken; onbekend, dus onbemind, vol verrassende geheimen, soms moeilijk en lastig, maar veel voldoening gevend. Wie een klassieke taal kiest, moet voluit willen gaan! Interesse in taal en taalstructuur, in lectuur en ontleden van antieke teksten zijn conditio sine qua non om voor richtingen met klassieke talen te opteren.

Welke klassieke taal kiezen?

 Latijn staat dichter bij onze cultuur en de Romeinse mentaliteit richt zich vooral op het praktische; de Griekse taal staat verder van ons af, maar de Griekse cultuur is origineler en doet meer een beroep op het poëtische in ons en op het pure denken.

 

Het Grieks opent ook voor jongeren de wereld naar talen met andere schrifttekens, zoals het Japans en het Chinees, twee talen die door de wereldeconomie een grote opgang maken.

 

Leerlingen die beide talen kiezen, willen nog meer uitgedaagd worden en hebben een heel ruime belangstelling voor algemeen menselijke problemen en een grote openheid voor literatuur en cultuur.

Klassieke humaniora - 4e Latijn-Wiskunde 4

Leerlingen die voor één of twee klassieke talen kiezen, zijn taalgerichte leerlingen met een brede interesse voor politieke, maatschappelijke en menselijke aspecten.  Je wil met je kennis van de oude talen een beter inzicht krijgen in de moderne talen zoals Nederlands, Frans, Spaans...  Bovendien draagt een klassieke vorming bij tot abstract denken, zin voor analyse en nauwkeurigheid. Het bestuderen van klassieke talen stimuleert niet alleen ten volle je talenknobbel , maar vergroot ook je culturele bagage. Je maakt kennis met de Oudheid, die aan de basis ligt van onze huidige cultuur, waardoor het leven van vandaag de dag nog meer betekenis krijgt.

 

Vakinhoud

In de vakken Latijn en Grieks komen vier componenten aan bod: woordenschat, grammatica, lectuur en cultuur. 

Woordenschat uit de eerste graad wordt verder uitgebouwd. Door de dagelijkse studie van vocabularium wordt het geheugen getraind en leert men systematisch leren.

Door de studie van de grammatica verwerft de leerling een algemeen taalinzicht en leert hij logisch redeneren. Het verbuigings- en vervoegingssysteem van beide klassieke talen en het syntactische systeem van hoofd- en bijzinnen leiden tot een haast ongeëvenaarde perfectie van het taalkundig uitdrukkingsvermogen.

De lectuurlessen en vertaaloefeningen bevorderen een gezond denkvermogen en een kritische geest. Ook de culturele interesse van de leerling wordt tijdens deze lessen gevoed.

In het derde jaar verdiepen de leerlingen voornamelijk hun inzicht in de Griekse en Latijnse taal en lezen ze vereenvoudigde teksten.

In het vierde jaar zijn de leerlingen in staat tot de lectuur van originele teksten.

In de lessen Latijn lezen we het oorlogsverslag van Caesar over de Gallische oorlog en vernemen nu eindelijk wat hij bedoelde toen hij schreef: ‘Van alle Galliërs zijn de Belgen de dappersten.’ De brieven van Plinius zijn een allegaartje van onderwerpen: een vulkaanuitbarsting, fanatieke supporters bij de circusspelen, liefdesbriefjes aan zijn vrouw… Tot slot worden de leerlingen voor het eerst geconfronteerd met Latijnse poëzie: Ovidius dompelt hen onder in de vele facetten van liefdesbeleving.

In de lessen Grieks vertelt Loukianos ons op een grappige manier hoe de goden met elkaar en met de mensen omgaan. Met Xenophon trekken we samen op tocht en leren we de Perzen beter kennen. We maken ook kennis met de vader van de historiografie, Herodotos, en komen meer te weten over het aloude conflict tussen Oost en West, over rare gebruiken bij de Egyptenaren, over de mooiste vrouw ter wereld… Als afsluiter komt Longos aan bod: hij schreef een echte avonturenroman vol piraten, misverstanden, ontvoeringen en de ontluikende liefde tussen twee jonge mensen.

 

Waarop is je keuze gebaseerd?

 Klassieke talen in de tweede graad kunnen om begrijpelijke redenen enkel gevolgd worden door wie klassieke talen op het programma had in de eerste graad.

Net zoals alle andere keuzes voor deze of gene studierichting, vragen de klassieke talen om een bewuste en positieve keuze. Deze talen worden niet meer gesproken; onbekend, dus onbemind, vol verrassende geheimen, soms moeilijk en lastig, maar veel voldoening gevend. Wie een klassieke taal kiest, moet voluit willen gaan! Interesse in taal en taalstructuur, in lectuur en ontleden van antieke teksten zijn conditio sine qua non om voor richtingen met klassieke talen te opteren.

Welke klassieke taal kiezen?

 Latijn staat dichter bij onze cultuur en de Romeinse mentaliteit richt zich vooral op het praktische; de Griekse taal staat verder van ons af, maar de Griekse cultuur is origineler en doet meer een beroep op het poëtische in ons en op het pure denken.

 

Het Grieks opent ook voor jongeren de wereld naar talen met andere schrifttekens, zoals het Japans en het Chinees, twee talen die door de wereldeconomie een grote opgang maken.

 

Leerlingen die beide talen kiezen, willen nog meer uitgedaagd worden en hebben een heel ruime belangstelling voor algemeen menselijke problemen en een grote openheid voor literatuur en cultuur.

Klassieke humaniora - 4e Latijn-Wiskunde 5

Leerlingen die voor één of twee klassieke talen kiezen, zijn taalgerichte leerlingen met een brede interesse voor politieke, maatschappelijke en menselijke aspecten.  Je wil met je kennis van de oude talen een beter inzicht krijgen in de moderne talen zoals Nederlands, Frans, Spaans...  Bovendien draagt een klassieke vorming bij tot abstract denken, zin voor analyse en nauwkeurigheid. Het bestuderen van klassieke talen stimuleert niet alleen ten volle je talenknobbel , maar vergroot ook je culturele bagage. Je maakt kennis met de Oudheid, die aan de basis ligt van onze huidige cultuur, waardoor het leven van vandaag de dag nog meer betekenis krijgt.

 

Vakinhoud

In de vakken Latijn en Grieks komen vier componenten aan bod: woordenschat, grammatica, lectuur en cultuur. 

Woordenschat uit de eerste graad wordt verder uitgebouwd. Door de dagelijkse studie van vocabularium wordt het geheugen getraind en leert men systematisch leren.

Door de studie van de grammatica verwerft de leerling een algemeen taalinzicht en leert hij logisch redeneren. Het verbuigings- en vervoegingssysteem van beide klassieke talen en het syntactische systeem van hoofd- en bijzinnen leiden tot een haast ongeëvenaarde perfectie van het taalkundig uitdrukkingsvermogen.

De lectuurlessen en vertaaloefeningen bevorderen een gezond denkvermogen en een kritische geest. Ook de culturele interesse van de leerling wordt tijdens deze lessen gevoed.

In het derde jaar verdiepen de leerlingen voornamelijk hun inzicht in de Griekse en Latijnse taal en lezen ze vereenvoudigde teksten.

In het vierde jaar zijn de leerlingen in staat tot de lectuur van originele teksten.

In de lessen Latijn lezen we het oorlogsverslag van Caesar over de Gallische oorlog en vernemen nu eindelijk wat hij bedoelde toen hij schreef: ‘Van alle Galliërs zijn de Belgen de dappersten.’ De brieven van Plinius zijn een allegaartje van onderwerpen: een vulkaanuitbarsting, fanatieke supporters bij de circusspelen, liefdesbriefjes aan zijn vrouw… Tot slot worden de leerlingen voor het eerst geconfronteerd met Latijnse poëzie: Ovidius dompelt hen onder in de vele facetten van liefdesbeleving.

In de lessen Grieks vertelt Loukianos ons op een grappige manier hoe de goden met elkaar en met de mensen omgaan. Met Xenophon trekken we samen op tocht en leren we de Perzen beter kennen. We maken ook kennis met de vader van de historiografie, Herodotos, en komen meer te weten over het aloude conflict tussen Oost en West, over rare gebruiken bij de Egyptenaren, over de mooiste vrouw ter wereld… Als afsluiter komt Longos aan bod: hij schreef een echte avonturenroman vol piraten, misverstanden, ontvoeringen en de ontluikende liefde tussen twee jonge mensen.

 

Waarop is je keuze gebaseerd?

 Klassieke talen in de tweede graad kunnen om begrijpelijke redenen enkel gevolgd worden door wie klassieke talen op het programma had in de eerste graad.

Net zoals alle andere keuzes voor deze of gene studierichting, vragen de klassieke talen om een bewuste en positieve keuze. Deze talen worden niet meer gesproken; onbekend, dus onbemind, vol verrassende geheimen, soms moeilijk en lastig, maar veel voldoening gevend. Wie een klassieke taal kiest, moet voluit willen gaan! Interesse in taal en taalstructuur, in lectuur en ontleden van antieke teksten zijn conditio sine qua non om voor richtingen met klassieke talen te opteren.

Welke klassieke taal kiezen?

 Latijn staat dichter bij onze cultuur en de Romeinse mentaliteit richt zich vooral op het praktische; de Griekse taal staat verder van ons af, maar de Griekse cultuur is origineler en doet meer een beroep op het poëtische in ons en op het pure denken.

 

Het Grieks opent ook voor jongeren de wereld naar talen met andere schrifttekens, zoals het Japans en het Chinees, twee talen die door de wereldeconomie een grote opgang maken.

 

Leerlingen die beide talen kiezen, willen nog meer uitgedaagd worden en hebben een heel ruime belangstelling voor algemeen menselijke problemen en een grote openheid voor literatuur en cultuur.

Klassieke humaniora - 4e CLIL Latijn-Wetenschappen-Wiskunde 5

Leerlingen die voor één of twee klassieke talen kiezen, zijn taalgerichte leerlingen met een brede interesse voor politieke, maatschappelijke en menselijke aspecten.  Je wil met je kennis van de oude talen een beter inzicht krijgen in de moderne talen zoals Nederlands, Frans, Spaans...  Bovendien draagt een klassieke vorming bij tot abstract denken, zin voor analyse en nauwkeurigheid. Het bestuderen van klassieke talen stimuleert niet alleen ten volle je talenknobbel , maar vergroot ook je culturele bagage. Je maakt kennis met de Oudheid, die aan de basis ligt van onze huidige cultuur, waardoor het leven van vandaag de dag nog meer betekenis krijgt.

 

Vakinhoud

In de vakken Latijn en Grieks komen vier componenten aan bod: woordenschat, grammatica, lectuur en cultuur. 

Woordenschat uit de eerste graad wordt verder uitgebouwd. Door de dagelijkse studie van vocabularium wordt het geheugen getraind en leert men systematisch leren.

Door de studie van de grammatica verwerft de leerling een algemeen taalinzicht en leert hij logisch redeneren. Het verbuigings- en vervoegingssysteem van beide klassieke talen en het syntactische systeem van hoofd- en bijzinnen leiden tot een haast ongeëvenaarde perfectie van het taalkundig uitdrukkingsvermogen.

De lectuurlessen en vertaaloefeningen bevorderen een gezond denkvermogen en een kritische geest. Ook de culturele interesse van de leerling wordt tijdens deze lessen gevoed.

In het derde jaar verdiepen de leerlingen voornamelijk hun inzicht in de Griekse en Latijnse taal en lezen ze vereenvoudigde teksten.

In het vierde jaar zijn de leerlingen in staat tot de lectuur van originele teksten.

In de lessen Latijn lezen we het oorlogsverslag van Caesar over de Gallische oorlog en vernemen nu eindelijk wat hij bedoelde toen hij schreef: ‘Van alle Galliërs zijn de Belgen de dappersten.’ De brieven van Plinius zijn een allegaartje van onderwerpen: een vulkaanuitbarsting, fanatieke supporters bij de circusspelen, liefdesbriefjes aan zijn vrouw… Tot slot worden de leerlingen voor het eerst geconfronteerd met Latijnse poëzie: Ovidius dompelt hen onder in de vele facetten van liefdesbeleving.

In de lessen Grieks vertelt Loukianos ons op een grappige manier hoe de goden met elkaar en met de mensen omgaan. Met Xenophon trekken we samen op tocht en leren we de Perzen beter kennen. We maken ook kennis met de vader van de historiografie, Herodotos, en komen meer te weten over het aloude conflict tussen Oost en West, over rare gebruiken bij de Egyptenaren, over de mooiste vrouw ter wereld… Als afsluiter komt Longos aan bod: hij schreef een echte avonturenroman vol piraten, misverstanden, ontvoeringen en de ontluikende liefde tussen twee jonge mensen.

 

Waarop is je keuze gebaseerd?

 Klassieke talen in de tweede graad kunnen om begrijpelijke redenen enkel gevolgd worden door wie klassieke talen op het programma had in de eerste graad.

Net zoals alle andere keuzes voor deze of gene studierichting, vragen de klassieke talen om een bewuste en positieve keuze. Deze talen worden niet meer gesproken; onbekend, dus onbemind, vol verrassende geheimen, soms moeilijk en lastig, maar veel voldoening gevend. Wie een klassieke taal kiest, moet voluit willen gaan! Interesse in taal en taalstructuur, in lectuur en ontleden van antieke teksten zijn conditio sine qua non om voor richtingen met klassieke talen te opteren.

Welke klassieke taal kiezen?

 Latijn staat dichter bij onze cultuur en de Romeinse mentaliteit richt zich vooral op het praktische; de Griekse taal staat verder van ons af, maar de Griekse cultuur is origineler en doet meer een beroep op het poëtische in ons en op het pure denken.

 

Het Grieks opent ook voor jongeren de wereld naar talen met andere schrifttekens, zoals het Japans en het Chinees, twee talen die door de wereldeconomie een grote opgang maken.

 

Leerlingen die beide talen kiezen, willen nog meer uitgedaagd worden en hebben een heel ruime belangstelling voor algemeen menselijke problemen en een grote openheid voor literatuur en cultuur.

Exacte wetenschappen

In de eerste graad krijgen alle leerlingen het vak natuurwetenschappen en aardrijkskunde.  Binnen het vak natuurwetenschappen maken ze kennis met aspecten uit de biologie, fysica en chemie.  In de tweede graad worden deze leerinhouden verder uitgewerkt in afzonderlijke natuurwetenschappelijke vakken. Alle leerlingen krijgen aardrijkskunde, biologie, fysica en chemie.  In sommige richtingen is de aandacht voor die wetenschappen beperkt tot vier uren in de week, in de meest wetenschappelijk georiënteerde richtingen kan dit uitgebreid worden tot zeven uren.

 

Vakinhoud

Biologie

Leerlingen uit de wetenschappelijke richtingen krijgen wekelijks twee uren biologie, terwijl dit voor niet-wetenschappelijke richtingen één uur is.  Tijdens de lessen biologie maken leerlingen in het derde jaar kennis met de zintuigen, de spieren en klieren, het zenuwstelsel en hormoonstelsel.  In het vierde jaar worden organismen geclassificeerd en samenlevingsvormen van dichterbij bekeken…

 

Chemie

De structuur en de eigenschappen van de stoffen, alsook de veranderingen die stoffen kunnen ondergaan, worden bestudeerd in de lessen chemie. Niet-wetenschappelijke richtingen hebben één uur per week, wetenschappelijke richtingen twee uren per week.

 

Fysica

Optica, het deeltjesmodel, krachten, arbeid, druk,warmteleer… zijn enkele thema’s die tijdens de lessen fysica behandeld worden in de tweede graad. Het aantal lesuren is afhankelijk van het aantal uren wiskunde. Richtingen met wekelijks vijf uren wiskunde krijgen twee lesuren fysica.  Richtingen met vier uren wiskunde krijgen wekelijks één uur fysica.

 

Aardrijkskunde

Elke richting krijgt wekelijks één lesuur aardrijkskunde. Gedurende twee jaar bestuderen de leerlingen de andere werelddelen. Elk continent wordt benaderd vanuit een bepaald gezichtsveld (landbouw, industrie, klimaat…). Hedendaagse maatschappelijke problemen worden geïntegreerd zoals demografische problematiek, waterschaarste, ontbossing… Een belangrijk accent zijn de vele opdrachten die grotendeels tijdens de lessen opgestart en geoptimaliseerd worden.

 

Waarop is je keuze gebaseerd?

De theoretische inhoud is heel gelijklopend tussen de wetenschappelijke en niet-wetenschappelijke richtingen.  De basisleerstof is dus gelijk. Het extra lesuur kan worden ingevuld met uitbreidingsleerstof, leerlingenpractica, ICT-opdrachten, demonstratieproeven, onderzoeksvaardigheden…

Derde jaar Derde jaar 3e (CLIL-) Wetenschappen-Wiskunde 5 3e Humane wetenschappen-Wiskunde 4 3e Humane wetenschappen-Wiskunde 5 3e (CLIL-) Economie-Wiskunde 4 3e (CLIL-) Economie-Wiskunde 5
Godsdienst Godsdienst 2 2 2 2 2
Nederlands Nederlands 4 4 4 4 4
Frans Frans 4 4 4 4 4
Engels Engels 3 3 2 3 2
Wiskunde Wiskunde 5 4 5 4 5
Geschiedenis Geschiedenis 2 2 2 2 2
Gedragswetenschappen Gedragswetenschappen 0 3 3 0 0
Cultuurwetenschappen Cultuurwetenschappen 0 2 2 0 0
Economie Economie 0 0 0 4 4
Aardrijkskunde Aardrijkskunde 1 1 1 1 1
Biologie Biologie 2 1 1 1 1
Chemie Chemie 2 1 1 1 1
Fysica Fysica 2 1 2 1 2
Informatica Informatica 1 1 1 1 1
Muzikale opvoeding Muzikale opvoeding 1 1 0 1 0
Plastische opvoeding Plastische opvoeding 1 0 0 1 1
Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding 2 2 2 2 2
Derde jaar Derde jaar 3e (CLIL-) Grieks-Latijn 3e Latijn-Wiskunde 4 3e Latijn-Wiskunde 5 3e CLIL Latijn-Wetenschappen-Wiskunde 5
Godsdienst Godsdienst 2 2 2 2
Nederlands Nederlands 4 4 4 4
Frans Frans 3 4 3 3
Engels Engels 2 3 2 2
Latijn Latijn 4 5 5 4
Grieks Grieks 4 0 0 0
Wiskunde Wiskunde 5 4 5 5
Geschiedenis Geschiedenis 2 2 2 2
Aardrijkskunde Aardrijkskunde 1 1 1 1
Biologie Biologie 1 1 1 2
Chemie Chemie 1 1 1 2
Fysica Fysica 1 1 2 2
Informatica Informatica 1 1 1 1
Muzikale opvoeding Muzikale opvoeding 0 1 1 0
Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding 2 2 2 2
Vierde jaar Vierde jaar 4e (CLIL-) Wetenschappen-Wiskunde 5 4e Humane wetenschappen-Wiskunde 4 4e Humane wetenschappen-Wiskunde 5 4e (CLIL-) Economie-Wiskunde 4 4e (CLIL-) Economie-Wiskunde 5
Godsdienst Godsdienst 2 2 2 2 2
Nederlands Nederlands 4 4 4 4 4
Frans Frans 4 4 4 4 4
Engels Engels 2 2 2 3 2
Duits Duits 2 1 1 2 1
Wiskunde Wiskunde 5 4 5 4 5
Geschiedenis Geschiedenis 2 2 2 2 2
Gedragswetenschappen Gedragswetenschappen 0 3 3 0 0
Cultuurwetenschappen Cultuurwetenschappen 0 2 2 0 0
Economie Economie 0 0 0 4 4
Aardrijkskunde Aardrijkskunde 1 1 1 1 1
Biologie Biologie 2 1 1 1 1
Chemie Chemie 2 1 1 1 1
Fysica Fysica 2 1 2 1 2
Informatica Informatica 1 1 0 1 1
Plastische opvoeding Plastische opvoeding 1 1 0 0 0
Lichamelijke opvoeding Lichamelijke opvoeding 2 2 2 2 2
Vierde jaar Vierde jaar 4e (CLIL-) Grieks-Latijn 4e Latijn-Wiskunde 4 4e Latijn-Wiskunde 5 4e CLIL Latijn-Wetenschappen-Wiskunde 5
Godsdienst Godsdienst 2 2 2 2
Nederlands Nederlands 4 4 4 4